| 题名 | 解释 |
| sfeer | sfeer
sfeer
* hoe het voelt om tussen andere mensen te zijn
vb:de sfeer in dat gezin is erg plezierig
* zij is in hoger sferen
[ze zit te |
| beschrijven | beschrijven
beschrijven
* precies vertellen hoe het eruitziet of hoe het ging
vb:de nieuwslezer beschreef de gebeurtenissen |
| huren | huren
huren
* het gebruiken tegen betaling
vb:we hebben deze woning gehuurd
* er is een kamer te huur
[je kunt hem huren] |
| overdrijven | overdrijven
overdrijven
* het groter, mooier of erger voorstellen dan het is
vb:je moet niet zo overdrijven |
| aanrijding | aanrijding
aanrijding
* een botsing tussen voertuigen
vb:door de aanrijding zit de auto helemaal in elkaar |
| boffen | boffen
boffen
* geluk hebben
vb:ik bof wel met die goeie baan |
| gooien | gooien
gooien
* met een zwaai uit je hand loslaten zodat het ergens anders
terechtkomt
vb:hij gooide de bal in het net
synoniem: werpen
tegen |
| overdragen | overdragen
overdragen
* het aan iemand anders (door)geven
vb:hij heeft deze ziekte op mij overgedragen |
| kijven | kijven
kijven
* scheldend ruziemaken
vb:die vrouwen kijven tegen elkaar
* waar twee kijven, hebben twee schuld
[als twee mensen ruziemaken |
| gangbaar | gangbaar
gangbaar
* wat veel voorkomt of gebruikt wordt
vb:dit is een gangbare uitdrukking
synoniemen: gebruikelijk gewoon normaal
tegenstell |
| kraan | kraan
kraan
* wat je opendraait om er vloeistof uit te laten stromen
vb:er kwam warm water uit de kraan
* machine waar je mee hijst
vb:de kr |
| zeker | zeker
zeker
* het is duidelijk om wie of wat het gaat
vb:een zekere Barend heeft gebeld
* op zekere dag
[op een bepaalde dag]
* tot op ze |
| deelnemen | deelnemen
deelnemen
* samen met anderen iets doen
vb:wie hebben deelgenomen aan de actie?
synoniem: participeren |
| verbinden | verbinden
verbinden
* er een verband omheen doen
vb:ik heb mijn zere teen verbonden
* ze aan elkaar vastmaken
vb:deze twee draden zijn met e |
| flikker | flikker
flikker
* mannelijke homoseksueel
vb:dat is een kroeg waar veel flikkers komen
* hij kreeg op zijn flikker
[een pak slaag of een u |
| tulp | tulp
tulp
* bloem die groeit uit een bol
vb:ik kocht een bos rode tulpen |
| wonen | wonen
wonen
* er je verblijfplaats hebben
vb:hij woont al een jaar in Amsterdam |
| student | student
student
* wie onderwijs volgt aan instelling voor hoger onderwijs
vb:hoeveel studenten studeren er aan deze universiteit? |
| rand | rand
rand
* buitenste strook
vb:hij ging op de rand van het bed zitten
synoniem: kant
* bovenste gedeelte van hol of diep iets
vb:het glas i |
| niets | niets
niets
* geen ding
vb:ik heb niets van hem gekregen
* weet je niets leukers
[niet iets dat leuker is]
synoniem: niks
tegenstelling: |